14 / Mooi plan valt in het water

Laatst op een zondag ochtend, tijdens een kerkdienst, werd ik weer eens verrast door een grappig stukje in de Bijbel. Volgens mij had niet iedereen hem door, dus leek het mij een goeie blikopener.

In Marcus 6:45-53 staat een verhaal dat weer plaats vindt op het meer van Galilea. Deze keer is het niet Petrus die gaat waterlopen, of dat Jezus door de storm heen slaapt. We vallen midden in het verhaal met de vrienden in de boot op het water, en Jezus aan land. En Jezus ziet dat zijn vrienden op het water moeite hebben om hun boot tegen de harde wind in te varen.

In mijn hoofd neemt mijn fantasie het vanaf daar over. Ik bedenk mij dan hoe Jezus op dat moment een plan bedacht moet hebben. Hij wil zijn vrienden helpen! Maar Hij heeft ze al zat wonderen laten zien, zelfs op dit zelfde meer in een storm. Dus helemaal aan het handje nemen hoeft nu niet meer. Nee ze hebben vooral even een reminder nodig. En zo beseft Hij zich hoe Hij eerder over de wateren ging in Genesis. Of hoe Job Hem omschreef in 9:8, lopend op de zee. Ja en aan ze voorbij lopen is dan als klapper op de vuurpijl! Net zoals Zijn Vader voorbij liep aan Mozes op de berg. Jooaahhhh wat zullen zijn vrienden opspringen van vreugde als ze dit herkennen!

Met licht ontvlambare enthousiasme en een onderdrukte glimlach op zijn gezicht loopt hij het water op, richting de boot. Hij beseft dat het om timing draait en hij stippelt zijn looproute precies uit, net op de juiste afstand van de boot. Net zo, dat zijn vrienden hem kunnen herkennen en dat het mega kwartje valt. Precies zo, dat ze zullen beseffen dat hij Jezus, de Messias is! Dit is het, nu zullen ze Hem gaan zien. En Jezus loopt langs de boot en hoort zijn vrienden juichen! Of wacht… Dit is geen juichen. Het klinkt meer als een hysterisch gegil. Nog even houdt Hij zich vast aan z’n plan, tot hij iemand hoort schreeuwen: “HET IS EEN SPOOOOOKKKK, WUBELEHEHUHUEEEEEE!!!”

Ok laat maar. Daar ging dus het moment, compleet verloren. Hij kijkt naar de boot en hoopte Zijn vrienden te zien juichen. Maar in plaats daarvan ziet Hij ze in blinde paniek over elkaar heen rollen als gillende tieners die vast zitten in een spookhuis. Maar met een lichte zucht verdwijnt ook meteen Zijn teleurstelling. Hij herpakt weer zijn oneindige geduld. Zijn vrienden moeten toch wel aan het handje genomen worden.
“Blijf kalm!” Zei Hij, “Ik ben het, wees niet bang.” Hij stapte bij hen in de boot en de wind ging liggen. Tja zelfs de wind wou Jezus helpen met deze prachtige verschijning, maar ook dat was nu vervlogen. De leerlingen waren allemaal van slag en begrepen het nog steeds niet.

Ik zelf heb twee prachtige zoontjes. En ook voor hen wil ik wel eens iets doen om ze te helpen (uiteraard niet zo episch zoals Jezus hier, maar ga even mee in het idee). Dus dan laat ik bijvoorbeeld toch de wandelwagen thuis, want hij wil echt zelf lopen in het bos. Maar na 2 stappen in het bos is hij moe. De keer daarop neem ik dus zijn fietsje mee. Maar na 2 meter wil hij de rest lopen en rent hij het hele bos rond. En eenmaal moe van het rennen mag ik hem én de fiets tillen. Ik voel me dan weer lekker dom omdat ik het totaal verkeerd ingeschat had. En tegelijk kan ik ook wel lachen om de onbenulligheid van die kleine kerels. Maar goed, dat zijn mijn gedachtes bij mijn kids. Jezus doorziet alles denk ik wel beter en ervaart alles totaal anders. En toch heb ik stiekem het idee dat Jezus zich toen wel zo voelde. Zoals een vader die voor de 100’ste keer zijn kids weer bij de hand moest nemen.

Reageer op deze blikopener!